OldSalt Gin: waar de Waddenzee niet alleen inspireert, maar ook bepaalt

OldSalt Gin: waar de Waddenzee niet alleen inspireert, maar ook bepaalt

Beoordeel dit

Op de rand van Nederland, op het eiland Vlieland, bepaalt de zee het ritme. Wind, zout, duinen en het Wad zijn er nooit ver weg. Daar ontstond OldSalt Gin. Het begon met een verjaardagscadeau, pas later volgde het businessplan. “Dit kwam na een verjaardag waarop ik een Canadese gin op basis van thee had gekregen,” vertelt Jaap Figee. “Dit triggerde mij om een gin te maken op basis van de smaken van Vlieland en de Wadden.” Hij deelde het idee met de rest van de familie, en zo ging de zoektocht naar iemand die hen hierbij kon helpen van start.

Een familieproject, bewust verdeeld

OldSalt is een echt familiebedrijf, gerund door twee broers en hun vrouwen. Jaap en zijn vrouw Tamara nemen het voortouw bij de gin, terwijl ze ook hun hotel De Veerman op het eiland runnen. “Feitelijk komt het vooral op Tamara en Jaap neer,” zegt Jaap. “Omdat wij ook nog een hotel hebben, concentreren wij ons wat meer op de gin, zonder het hotel uit het oog te verliezen. Minke en Max richten zich wat meer op het hotel.” Binnen het gin-gedeelte is de taakverdeling ook duidelijk: Tamara is meer van de theoretische kant, Jaap meer van de praktische kant. Samen stelden ze de receptuur vast, tot op de precieze hoeveelheden botanicals. De marketing doet Tamara veelal samen met Rutger, die sinds vorig jaar bij OldSalt werkt. Dat de basis op Vlieland ligt, is voor het stel geen marketingkeuze maar een vanzelfsprekendheid. “Wij wonen, leven en werken op Vlieland,” zegt Jaap, “dus voor ons is het een vrij logische keuze om vanuit Vlieland te werken.”

Van vijftien smaken naar twee

Voordat Original en Coastal bestonden, waren er vijftien. “Na heel veel testen en proeven gingen we van vijftien smaken naar twee smaken waar we niet uit konden kiezen,” vertelt Jaap. Het eurekamoment kwam toen het team de smaak van cranberry, ondersteund door het zilte van de zeekraal, duidelijk kon proeven, met die twee precies in de juiste balans met elkaar. Die balans werd de basis van beide gins: de Original zacht en cranberry-gedreven, de Coastal krachtiger en zilter, met een grotere rol voor zeealsem.

Vier botanicals, allemaal Nederlands

De botanicalslijst van OldSalt is bewust kort. “Er zitten vier botanicals in onze gin: cranberry, zeekraal, zeesla en zeealsem. Verder niets,” zegt Jaap. “Het is dus een puur Nederlandse gin, zonder kruiden of andere botanicals uit het buitenland.” Die vier ingrediënten bij de distilleerketel krijgen, is een operatie op zich. De cranberry’s worden op Vlieland zelf geoogst, door een paar mensen die van Staatsbosbeheer een vergunning krijgen om met een zogenaamde cranberrykam te oogsten, een commerciële plukvergunning. De zeealsem oogst OldSalt zelf. De zeesla wordt juist ingekocht, bij een gespecialiseerd bedrijf, vanwege de eventuele aanwezigheid van schaaldieren en het certificaat dat daarbij hoort. Ook de zeekraal wordt ingekocht, omdat dit een beschermde plant is die niet uit de natuur mag worden geoogst; beide bedrijven zijn gevestigd in het Waddengebied. De timing wordt volledig door de natuur bepaald. “We moeten echt met de seizoenen meebewegen,” legt Jaap uit. “Op het moment dat de ingrediënten rijp zijn en geoogst kunnen worden, brengen we ze naar de distilleerderij.”

Waarom Tolmanns en niet Vlieland

Die distilleerderij is Tolmanns, in Vijfhuizen, waar OldSalt via via terechtkwam. Doorslaggevend was niet het gemak, maar het water. “Heel belangrijk voor ons is dat zij duinwater gebruiken,” zegt Jaap. “Dat ligt het dichtst bij ons idee van een echte eilandgin.” Distilleren op Vlieland zelf is overwogen, en afgewezen. “Distilleren op het eiland is op dit moment onhaalbaar vanwege de transportkosten en de vergunningen die daarvoor nodig zijn,” zegt Jaap. “Omdat wij uitsluitend met verse ingrediënten werken, hebben we bovendien de expertise van een goede distilleerderij nodig.” Wat de samenwerking toch dicht bij huis houdt, in geest als niet in postcode, is hoeveel zeggenschap OldSalt behoudt. “Onze samenwerking is heel transparant. Wij bepalen het recept, dat we overigens samen hebben ontwikkeld. Verder hebben we gewoon een prettige samenwerking.” Het verschil tussen de Original en de Coastal zit volledig in hoe en wanneer de botanicals worden toegevoegd. “We maken alle distillaten zelf en maken daarmee onze eigen gin,” zegt Jaap. “Vervolgens wordt alles nog een keer gedistilleerd. Bij de Coastal volgt nog een extra distillatie en voegen we tijdens het tweede distillatieproces extra zeealsem toe.”

Zilver voor OldSalt

Dat karakter bleef niet onopgemerkt. In 2026 werd OldSalt Original bij The Gin Guide Awards bekroond met zilver, een erkenning voor een gin die begon als een verjaardagsidee, en een bevestiging om verder te blijven ontdekken.

De Duinwachter: een vat in de stilte

Op het hoogste duin van Vlieland staat een oude bunker, verscholen in het landschap, omringd door wind, zand en zee. Daar legde OldSalt een bourbonvat gevuld met hun gin te rijpen. “We hebben gekozen voor een bourbonvat vanwege de smaak,” zegt Jaap. “Het vat hebben we samen met de verkoper en de distilleerderij uitgezocht, op advies van de vatenhandelaar.” De precieze oorsprong van het vat houdt OldSalt liever voor zichzelf. Het team controleerde maandelijks en nam samples. “Toen we zagen dat het alcoholpercentage niet meer opliep, zijn we gaan proeven op verschillende alcoholpercentages,” vertelt Jaap. “Nadat de gin minimaal een jaar had gelegen, besloten we dat de tijd rijp was.” Uiteindelijk werd er gebotteld op 43,3% alcohol, een percentage dat voor meer staat dan alleen smaak: het duin waarin de bunker ligt, is 43,3 meter boven NAP, en dat wilde OldSalt in het getal terug laten komen. Het resultaat, De Duinwachter, is OldSalt’s eerste barrel aged limited edition: 550 flessen, in de retail voor ongeveer 65 euro. “Eigenlijk is alles veranderd: de kleur én de smaak,” zegt Jaap. “Je proeft nog steeds duidelijk dat het een gin is, maar met heel mooie tonen van karamel en vanille. De invloed van het vat is onmiskenbaar. Daarnaast heeft de gin een heel zachte afdronk en slaat hij niet op de keel.”

Jaap Figee bij het bottelen van De Duinwachter

Een schip gebouwd door zijn eigen voorouders

De Duinwachter riep meteen een volgende vraag op: als een gin kan rijpen in de stilte van een bunker, wat gebeurt er dan als hij rijpt op zee? Het antwoord kostte een lange zoektocht. “We wilden onze gin graag laten rijpen op een schip, maar niet zomaar op een schip,” zegt Jaap. Hij ging op zoek naar een schip dat door zijn eigen familie was gebouwd, in de wetenschap dat er nog een paar van bestonden, en vond uiteindelijk de Iris.

De Iris is in 1916 gebouwd op de scheepswerf van Jaaps betbetovergrootvader in Vlaardingen, die het schip ook zelf ontwierp. “We kozen voor de Iris omdat dit prachtig past binnen ons verhaal van heden en verleden,” zegt Jaap. De connectie gaat verder dan het schip alleen: op het etiket van de Coastal Gin staat Sven Figee, Jaaps achterneef, die volgens hem als twee druppels water op hun voorvader lijkt, van wie hij nog een klein beeldje heeft. Het hotel van OldSalt, De Veerman, is vernoemd naar een oude veerman of zeeman die de verhalen van de zee vertelt, wat ook is wat een “Old Salt” betekent. Sven, zelf muzikaal verhalenverteller, hoort bij de Coastal Premium Gin; het hotel staat bijna onder de vuurtoren, wat weer aansluit bij De Duinwachter, en de Iris komt er regelmatig voorbij. “Zo komen die verhalen steeds weer bij elkaar,” zegt Jaap.

Een jaar onaangeroerd op zee

Aan boord van de Iris ging een tweede bourbonvat met OldSalt Gin mee, maar dit keer bleef het niet stilliggen. De verantwoordelijkheid lag bij de kapitein, die altijd controleerde of alles veilig en goed vastzat aan dek, en regelmatig checkte of de stop van het vat nog goed dichtzat; deze was met een extra band vastgezet. Verder bleef het vat een jaar lang dicht en onaangeroerd. “Het was voor ons dus een complete verrassing hoe de gin zich had ontwikkeld,” zegt Jaap. “We waren enorm verrast over de smaak en kwaliteit nadat het vat een jaar aan dek had gestaan en continu in beweging was geweest.” De exacte reis van de Iris is lastig helemaal vast te leggen, geeft Jaap toe, maar het schip vaart over de Waddenzee, de Noordzee en de Oostzee, met havens in onder meer Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden en Polen. Vorig jaar lag het vat tijdens SAIL Amsterdam aan boord.

Time and Tide

OldSalt noemt het project Time and Tide, een naam die het idee precies vangt: laat de tijd zijn werk doen, op het ritme van de getijden. “Het is zeker geen eenmalig project, maar juist het begin van iets waar we verder mee willen,” zegt Jaap. Een deel van de motivatie is praktisch: omdat distilleren op het eiland zelf lastig blijft, is rijpen op zee een manier om het eiland en de zee juist veel meer bij het verhaal én de smaak van de gins te betrekken. Beweging blijkt belangrijker dan stilte. “Doordat de gin constant in beweging is geweest, heeft hij een diepere smaak gekregen,” legt Jaap uit. “De volledige inhoud is voortdurend in contact met het vat. Daardoor kan het vat meer smaak afgeven dan wanneer het een jaar lang volledig stil zou liggen.”

De onthulling op The Art of Drinks

In oktober bereikt de reis van de Iris een bijzonder moment. Tijdens The Art of Drinks 2026 in Amsterdam onthult OldSalt de nieuwe IRIS Sea Aged Gin, gebaseerd op de Coastal. “De bezoekers kunnen straks een heel bijzondere gin proeven,” zegt Jaap. “Zonder nu al te veel over de smaak te vertellen, nemen we ze mee in het verhaal en de verdere ontwikkeling van OldSalt.” De oplage is bewust heel beperkt: ongeveer 250 flessen, simpelweg alles wat het vat nog kon geven, gebotteld op 45,0%. “Dat percentage is alvast een klein tipje van de sluier,” zegt Jaap. “Waarom dat belangrijk is, vertellen we later.” Wat er na de Iris komt, staat nog niet vast. “De gin krijgt zeker een vervolg. Hoe en wat zijn we nu aan het ontwikkelen,” zegt Jaap. Voor OldSalt was het project ook een soort leerschool: bewust klein beginnen om te leren hoe je een gin in een hoger kwaliteitssegment ontwikkelt, voordat je het meteen heel groot aanpakt. “Op deze manier konden we veel meer sturing geven en waren de stappen niet te groot,” zegt hij. De prijsstelling zit in het duurdere segment, met De Duinwachter’s prijs van ongeveer 65 euro voorlopig als beste richtlijn.

De ambitie voorbij de Iris blijft bewust bescheiden. “We willen graag groeien, maar wel op een verantwoorde manier,” zegt Jaap. “We hoeven niet de grootste of de beste te worden, want dat kan eigenlijk niemand zijn. We willen vooral heel consistent goed zijn én blijven, zodat we de kwaliteit van OldSalt Gin kunnen blijven waarborgen.” Gevraagd om één laatste gedachte voor de lezers, is zijn antwoord meteen ook het motto van het merk: “Durf te proeven en laat je verrassen door een bijzondere smaak.”

Het vat OldSalt IRIS sea aged gin aan het begin van haar reis

Geen reactie's

Geef een reactie